Auteur: Theo Labrujere

Harm Plenter volgens Nijkeuter

Henk Nijkeuter deed uitgebreid onderzoek naar de Drentse literatuur. Hij promoveerde op zijn onderzoek. De commerciële versie van zijn onderzoek werd uitgegeven als Geschiedenis van de Drentse literatuur, 1816-1956. Ook Harm Plenter wordt in zijn onderzoek genoemd. Hieronder vindt u een citaat uit dit werk:

"Harm Plenter schreef wel een nieuw toneelstuk. In 1942 verscheen als nummer twee in de Hunebeddenserie van drukkerij Torenlaan de eenakter As de komedie oflopen is, waarvan de auteur zich ietwat versluierend A. Plenter noemde. Hij droeg het stuk op aan J.B. Rodenburg, wegens diens inspanningen voor het Drentse dialect. Harm Plenter werd op 23 juli 1902 in Groningen geboren. In het ouderlijk huis was hij een van de elf kinderen; zijn vader was huisschilder en in zijn vrije tijd voorzitter van een reciteervereniging. In 1920 vertrok Harm Plenter naar Meppel, waar hij handelsreiziger werd. Vaak wist hij zijn plaatsgenoten te stimuleren om gezamenlijk operette- en toneelactiviteiten op touw te zetten. Zelf schreef hij dikwijls cabaretteksten, gedichten, verhalen en revues; ook speelde hij mee in toneelstukken. Gaandeweg waagde hij zich ook aan het schrijven van Drentse teksten. Zeer bekend werd zijn revue Hier 1932, met daarin het bekende Nederlandstalige lied Ode aan de Meppeler toren. Kort daarna vestigde Plenter zich in Hooghalen, waar hij een manufacturenwinkel begon. Zijn laatste levensjaren bracht hij door in een bejaardencentrum in Norg. Hij overleed op 18 januari 1986 in Assen. As de komedie oflopen is gaat weer over standsverschil. "

Dan geeft Nijkeuter een samenvatting van het toneelstuk. Vervolgens komt deze opmerking:

Jan Naarding was in zijn recensie nogal negatief over het stuk. Hij vond dat de personages niet volledig tot hun recht kwamen. Het tweede punt van kritiek was: "Jammer dat de schrijver zoo sterk tegen de dialecteischen heeft gezondigd; gelukkig kunnen de fouten door de spelers bij het spreken worden verbeterd." Merkwaardig blijft dat Plenters toneelwerkje tijdens de bezetting werd uitgegeven, maar directeur Clewits van Torenlaan heeft Um d'olde Toren van Albert Dening er ook door weten te krijgen zonder dat laatstgenoemde stond ingeschreven. 1De Ereraad voor de Letterkunde legde wel een publicatieverbod tot 5 mei 1946 op aan A. Plenter (de Hooghaler schrijver dus), wiens adres niet vermeld werd."2

Voor de oplettende lezer, ietwat versluierend dus, om maar dezelfde suggestieve schrijfstijl van de heer Nijkeuter aan te houden, valt in de kleine voetnootjes te lezen dat bij navraag bij het NIOD (Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie) is gebleken dat "een ver familielid stond ingeschreven bij het NIOD. Dat klopt, die Plenter met dezelfde voornaam woonde op de Mesdagstraat in Groningen en daarvan is een inschrijving gevonden bij het NIOD. Waarom die man stond ingeschreven en welke betekenis of rol deze man dan heeft gehad voor de Nederlandse cultuur in de oorlog wordt door Nijkeuter verder niet uitgezocht. Om onverklaarbare reden is dat voor Nijkeuter niet interessant. Kennelijk is het veel makkelijker om dan maar aan te nemen dat de Harm Plenter uit Hooghalen toch iets te verbergen (iets te "versluieren") had en dat dat de reden is voor de Ereraad voor de Letterkunde een publicatieverbod op te leggen aan "A. Plenter (de Hooghaler schrijver dus - wiens adres niet vermeld werd)". Dus.

Anti-fascist

En met die kortzichtige en voorbarige conclusie "dus" (zonder zich rekenschap te geven wat dat ontbrekende adres dan betekent) plus een algehele suggestieve toonzetting werd een anti-fascist waar we in Nederland trots op zouden moeten zijn door Nijkeuter verdacht gemaakt. Nijkeuters beperkte beoordelingsvermogen en voorbarige conclusies over de uitgave van "As de komedie aflopen is" in oorlogstijd leidt vervolgens in de tweede alinea ook nog eens tot een buitenproportionele beschrijving van de (Drentse) literaire waarde van het toneelstuk. Nijkeuter toetst het werk van Plenter kennelijk aan bepaalde normen ("gaandeweg waagde hij zich [sic], dialecteischen, fouten, toneelwerkje") waaraan al het in Drente gepubliceerde schrijfwerk dient te voldoen, normen die, als ze Plenter al bekend zouden zijn, hem niet eens geboeid zouden hebben: hij was een Groninger die het grootste deel van zijn leven in Drente woonde en tot groot plezier van hemzelf en anderen schreef in zijn eigen taal, of iemand dat nou Drents wil noemen of niet. De specifieke literaire ambitie die Nijkeuter hem toedicht (Nijkeuter: "opgedragen aan J.B. Rodenburg wegens diens inspanningen voor het Drentse dialect" - huh? Waar komt die conclusie ineens vandaan?) heeft vermoedelijk erg weinig te maken met de werkelijkheid en ambities van Harm Plenter zelf. Al met al wordt in een paar alinea's wel een uiterst negatief beeld geschetst en wordt de lezer door Henk Nijkeuter geframed: "wat Plenter doet is niet goed".

Hierbij een foto van de door Harm Plenter geschreven en geregisseerde revue Hier 1932. Op het bord in het midden staat de volgende tekst:

"Laten wij toch vroolijk zijn in deez' duistren tijd
Schep uzelf wat zonneschijn en gezelligheid.
Houdt nu allen het hoofd weer geheven,
Nieuwjaar is daar straks weer ingeluid;
Voorwaarts nu, in flinken pas
geen macht meer die ons stuit."

 

Harm Plenter Tavenu Revue Hier 1932

Een typerende tekst voor Plenter: politiek bewust van de "duistere tijd" (het fascisme in opkomst, crisis), maar met een eenvoudige aansporing om de moed erin te houden en zich gezamenlijk te weren tegen het fascisme.

Persoonlijk contact met Nijkeuter mocht niet baten

Dochter Beate Plenter (1939-2013) heeft haar uiterste best gedaan om Henk Nijkeuter, eerst via persoonlijk contact, en later via de media, duidelijk te maken dat Nijkeuters interpretatie volstrekt inconsistent is met karakter, intenties en motieven, woorden en daden van Harm Plenter. In een interview met het Dagblad van het Noorden noemde ze Nijkeuters interpretatie niet voor niets een "karaktermoord". Het mocht niet baten, ook "koninklijke" uitgeverij Van Gorcum werd om rectificatie gevraagd, maar nee, dat zou kennelijk een te pijnlijk gezichtsverlies betekenen voor de gevestigde orde.

Onderzoek Cees van Dijk: "onterechte veroordeling" (2007)

Op verzoek van Beate Plenter onderzoekt Cees van Dijk de zaak. Van Dijk is een gerespecteerd schrijver en drukker (zie Wikipedia) Hij doet nauwkeurig, objectief en uitgebreid verslag in een artikel dat is gepubliceerd in het magazine van de Historische Vereniging van Beilen. Zijn conclusie was dat er sprake was van een reeks onzorgvuldigheden, "een klassieke gotspe: de man die weigert in zijn eigen dorp "As de komedie oflopen is" op te voeren vanwege de Kultuurkamer, is veroordeeld omdat het stuk in andere plaatsen wel werd opgevoerd, terwijl hij daar geen enkele zeggenschap over had."

Het onderzoek van Van Dijk en de hele affaire illustreert hoezeer gebeurtenissen van toevalligheden aan elkaar hangen en hoe moeilijk het is voor "wetenschappers" als Nijkeuter om dat vanuit hun huidige wereldbeeld, overtuigingen en verwachtingspatronen correct te interpreteren. Bij een echte wetenschapper zou je eigenschappen als nieuwsgierigheid, openheid en inlevingsvermogen mogen verwachten. Zo is het uiterst onwaarschijnlijk dat iemand die besmet zou zijn door enigerlei samenwerking of medewerking met de bezetter direct na de oorlog in de gemeenteraad van Beilen zou worden opgenomen. Dat zou zeker tot een rel hebben geleid. Deze en alle andere inconsistenties, het ontbreken van een motief, de woede van de familie Plenter over Nijkeuters verdachtmakingen, een onderzoek door een gerespecteerde schrijver/uitgever als Van Djk, niets doet Nijkeuters heilige geloof in zijn eigen onfeilbaarheid wankelen.

Getuigenverklaring Albert Hidding, 30 juni 2003

Ati, (red: zo werd dochter Beate Plenter genoemd in Hooghalen)
Ondergetekende A. Hidding destijds wonende in Hooghalen (..) en lid van zangvereniging "Advendo" te Hooghalen, verklaart dat in het voorjaar van 1942 een toneelstukje "As de komedie oflopen is" geschreven door Plenter uit Hooghalen, samen met enkele anderen in studie is genomen voor een uitvoering in Maart-April ook onder regie van de heer Plenter. In verband met de verplichte aansluiting bij de cultuurkamer en dus opheffing "Advendo" is het niet tot een uitvoering gekomen.

A. Hidding, Emmeloord

Klik hier voor een foto van de originele getuigenverklaring. De Hooghaler toneelvereniging Advendo werd dus in 1942 direct opgeheven toen duidelijk werd dat men zich zou moeten conformeren aan de bezetter door zich in te schrijven bij de Kultuurkamer.

In zijn begeleidende briefje schrijft Hidding nog over Harm Plenter: "Voor mij en de meeste Hooghalers is er geen enkele twijfel aan zijn antipathie voor de Duitse bezetting."

Samenvatting

Het artikel van Joep van Ruiten in het Dagblad van het Noorden (5-2-2008) geeft een goede samenvatting van de kwestie.

Voetnoten in publicatie Nijkeuter

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nieuws

Barbertje moet hangen !! (24-01-08)

In het januarinummer van het tijdschrift van de Historische Vereniging Gemeente Beilen, publiceert Cees van Dijk de resultaten van zijn onderzoek naar een tijdelijk publicatieverbod voor Harm Plenter. De affaire Nijkeuter krijgt een staartje...


Website gestart

Deze website is gestart op 15 oktober 2007

Vergeten historie

Zijn er mensen met foto's, anekdotes of herinneringen over Harm Plenter? Laat het ons weten, stuur een mailtje naar: info @ harmplenter punt nl